Wonen met Lianne
Aan het einde van de Oosthavenkade, waar de haven bijna overgaat in open water, staat een groot wit huis. Los van alles eromheen. Het huis werd rond 1864 gebouwd, mídden in de bedrijvigheid van de haven. Waar vroeger eerst pakhuizen en rederijen stonden, is dit het enige woonpand dat is gebleven. In Vlaardingen kent iedereen het als de ‘Witte Villa’.
EEN ECHT FAMILIEHUIS
Voor Lianne de Goede is het thuis. Ze is er geboren en woont er nu met haar man en twee kinderen, terwijl haar moeder op de benedenverdieping woont. Ze vertelt: ‘Vroeger woonden mijn opa en oma boven, wij beneden.’ Het huis zit vol herinneringen. ‘Je hoorde altijd wie er boven liep. Na het overlijden van mijn opa en oma verhuisden wij naar die verdieping. We wisten precies welke treden of vloerdelen kraakten, zodat we stiekem uit bed konden zonder dat iemand het hoorde.’
GELUIDEN DIE ERBIJ HOREN
Die herinneringen zitten niet alleen in het huis, maar ook in wat ze verder nog hoort. Het kabbelen van het water, het zachte brommen van de industrie en de meeuwen op het dak. ‘Het is hier nooit stil,’ zegt Lianne. ‘Dat is juist wat het bijzonder maakt.’ En soms voelt ze het zelfs. ‘Als er een groot schip langs vaart, beweegt het huis een beetje mee. We zijn eraan gewend geraakt, maar het blijft natuurlijk bijzonder.’
LANGS HET WATER
Die verbondenheid met het water loopt door in hoe ze Vlaardingen beleeft. ‘We wandelen graag richting Brasserie Vlietzicht. Gewoon langs het water, zo’n vier kilometer. Even koffie drinken of lunchen.’ Ook Clubhuis Bommeer hoort daarbij. ‘Mijn vader had daar vroeger een bootje liggen en mijn zus kreeg er zeilles. Het is echt een botenclub en een fijne plek om even te zitten.’
NU NOG ALLEEN, STRAKS MIDDEN IN EEN WIJK
De Witte Villa staat nu nog als enige woonhuis in deze omgeving, maar dat gaat veranderen. De komende jaren wordt dit gebied ontwikkeld tot het Eiland van Speyk: een nieuw stuk stad aan het water, met een kleine 600 woningen en ruimte voor groen en voorzieningen. ‘Het is wel spannend,’ zegt Lianne. ‘We zijn natuurlijk helemaal niet gewend om in een wijk te wonen. Het is hier altijd rustig geweest.’ Tegelijkertijd ziet ze ook wat er komt. ‘Meer levendigheid. Misschien een bakker, een bloemist… dat lijkt me ook wel leuk.’